Sylvan Canrinus: “dit is mijn nieuwe leven”

Ons lid Sylvan Canrinus liep tijdens het motorcrossen een dwarslaesie op. De Bolswarder Courant maakte een indrukwekkende reportage over Sylvan. Het verhaal lees je hieronder.

HAREN – Het is begin oktober als de Bolswarder Sylvan Canrinus (19) tijdens het motorcrossen een zeer ongelukkige val maakt. Gevolg: een dwarslaesie. Twee derde van zijn lichaam is verlamd en hij zal nooit meer kunnen lopen. De jonge coureur beschikt ondanks de zware tegenslag over een grote dosis realiteitszin, positiviteit en zelfspot: ,,Dit is mijn nieuwe leven.”

Want alles is nieuw. Alles is wennen. Alles is anders. Sinds die ene klap. Het is zaterdag 7 oktober. Plaats van handeling: het circuit van Axel, Zeeland. Het is tijdens de afsluitende training voor de landelijke finale van de MX2 tweetakt als het misgaat. Bij een sprong in de laatste ronde wordt hij ingehaald door een andere coureur. In de lucht raken beide motoren elkaar en de Bolswarder komt naar ten val. Sylvan herinnert zich het moment nog goed: ,,Ik dacht: ik moet opstaan, maar dat lukte niet. Hoe lang duurt dit? Ik had toen niet het besef dat het voor altijd zou zijn..”

Hij wordt snel overgebracht naar het ziekenhuis van Gent. ,,Ik zag alleen het zand, de lucht, ziekenwagen in en ziekenwagen uit. Ik kon me niet bewegen vanwege de pijn.” Vader Alfred -coach, monteur en steun en toeverlaat- is er bij. Moeder Sijke niet. ,,Ze is anders altijd mee”, aldus Sylvan. ,,Maar juist deze keer was ze er niet. Dat was al een gek idee.”

Operatie

Na een operatie in België, waarbij zijn rug gestabiliseerd wordt (,,er zijn wat plaatjes en schroeven in mijn rug gezet”), verhuist de jonge coureur naar het UMCG in Groningen. ,,Daar heb ik in drie weken één keer gedoucht. Ik voelde nog het zand van de val in mijn haar.”

Hij vertelt zijn verhaal in het restaurant van zijn huidige onderkomen: revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren, Groningen, waar hij nu zo’n tien weken zit. ,,Dat was wennen in het begin”, geeft hij toe. ,,Ik moest een kamer delen met anderen. In het begin dacht ik: wat doe ik hier? Ik was misselijk, at amper en had het niet naar mijn zin.”

Humor

Maar al snel komt de grapjas in hem naar boven. Zusters noemt hij ‘mem’ en de oudere verzorgsters ‘beppe’. ,,Iedereen is hier heel serieus, maar je moet wel een beetje kunnen lachen. Als er dan een dokter komt, dan zeg ik ook gewoon: dokter, ik loop weer in mijn broek te schijten. Ik voel me net een klein kind! Dan weten ze dat ze bij mij niet al te serieus te hoeven te doen.” Want met de verlamming is hij ook de controle over zijn darmen en blaas kwijt. Hij vertelt het met een ondeugende glimlach die zijn positieve levensinstelling verraadt.

De onbevangenheid waarmee Sylvan zijn verhaal doet is bewonderenswaardig. ,,Ik heb geen geheimen”, zal hij later zeggen.

Vaste indeling

Zijn dagen kennen een redelijk vaste indeling: rond acht uur zijn bed uit, medicijnen slikken (tegen de zenuwpijn), in de douchestoel, ontlasten, afdrogen en om ongeveer tien uur naar de fysio. ,,We zijn druk aan het oefenen om transfers te maken”, legt Sylvan uit. ,,Van de rolstoel naar het bed, omdraaien, enzovoort. Dat gaat heel goed.”

Tijdens de lunch grijpt hij vaak de mogelijkheid aan om even te facetimen met het thuisfront, ‘s middags volgt ergotherapie. Ook kan hij groepsbehandelingen volgen, waarin tips worden gegeven over oefeningen, eten (,,de kans op overgewicht is groot”) en andere praktische zaken.

Op zijn kamer vermaakt hij zich onder meer met de PlayStation. Er staat, heel verrassend, een motorcrossspel aan. Ook maakt hij stickersets voor motoren. En anders is er wel het vele bezoek dat hij ontvangt. ,,In die tien weken is er elke dag nog iemand langsgekomen. De dagen gaan echt snel om hier”, vertelt Sylvan.

Naar huis

Aan zijn verblijf in het revalidatiecentrum komt 23 februari een einde. Dan mag hij naar huis. Als het aan hem zelf ligt, wordt dat eerder. ,,Het liefst haal ik daar een maand vanaf.” En als er geen gekke dingen gebeuren, is die kans aanwezig. Eén van zijn doelen dan: ,,mijn diploma halen”. Want de ROC-student is bezig aan zijn laatste jaar grafische vormgeving. ,,Ik moet alleen nog een mondeling examen Nederlands en mijn stage afronden”, weet hij. En hij wil zijn papiertje niet uit sympathie of medelijden cadeau krijgen. Absoluut niet zelfs. ,,Ik wil het echt verdienen”, klinkt het vastberaden.

Huis verbouwd

Het ouderlijk huis in Bolsward wordt omgebouwd. De schuur wordt ingericht voor Sylvan, met een douche- en slaapruimte. Ergens zit hem dat niet lekker, zo laat hij weten: ,,Daar stonden altijd de motoren en de werkbank. Het zag er echt best professioneel uit. Het ruikt er altijd naar benzine.”

Ondanks alles gaat hij beslist niet bij de pakken neer zitten. ,,Dit is mijn nieuwe leven. Je kunt het best leuk hebben in een rolstoel.”

En de coureur in Sylvan Canrinus zal nooit verdwijnen, zo blijkt. Hij spreekt al over wheely’s maken met zijn rolstoel, of backflips op de skatebaan. En in de hal van het revalidatiecentrum staan de bandensporen in de grond gekerfd omdat hij te hard door de bocht scheurde. Het meest treffend vat hij het echter samen als hij zijn grootste wens uitspreekt: ,,Hoe gek het ook klinkt: ik zou graag nog eens een rondje crossen.”

Ouders Alfred en Sijke: ‘Het wordt anders’
,,Hoe zeggen we het ook steeds alweer?”, vraagt moeder Sijke hardop aan haar man Alfred. ,,Het wordt anders.” Het is een subtiele samenvatting van de ingrijpende wijziging in de levens van het gezin Canrinus. ,,We spreken vaak van ‘er voor’ en ‘er na’”, duidt ze op de dag van het ongeluk. Beiden werken momenteel halve dagen en gaan drie keer per week naar Haren. ,,In het begin gingen we elke dag, maar dat bouwen we langzaam af”, vertelt Sijke. ,,Het is een drukke, hectische periode waarin we veel moeten regelen. We hebben een rouwproces van zo’n drie tot vier weken gehad, maar sindsdien kijken we vooruit.”

Vader Alfred was er bij, die bewuste zaterdag. En hoewel hij de crash zelf niet zag, wist hij snel dat het menens was met de kwetsuur van zijn zoon. ,,Ik had ‘m nog wat aanwijzingen gegeven dat ‘ie de baan nog even goed moest verkennen en daarna ben ik teruggegaan naar het rennerskwartier. Toen kwam er iemand naar me toe rennen die vertelde dat Sylvan heel raar was gevallen. ‘Staan mijn voeten nog de lucht in?’, vroeg Sylvan mij. Die lagen plat op de grond. Het was snel duidelijk dat het helemaal niet goed was.”

In Gent werd voor het eerste gesproken over een dwarslaesie. ,,Echt een rotwoord”, vindt Sijke. Zij was inmiddels door vrienden uit de crosswereld naar België gebracht. ,,Zijn eerste vraag was: kan ik ooit nog rechtop zitten?” ,,Na de eerste scan laten ze je al weten dat de kans op herstel nihil is”, vertelt Alfred. En dus volgde het hectische vervolgtraject van ziekenhuistransport naar revalidatiecentrum. Zusje Allyssa (16) bekijkt het ook zo positief mogelijk: ,,Het is allemaal erg veranderd, maar we maken er natuurlijk het beste van”.

Sylvan mag inmiddels in de weekenden naar huis. In de garage, voorheen de plaats waar de motoren en benodigdheden stonden, wordt een vertrek voor hem ingericht. Met tape, krijt en karton zijn de contouren al geschetst. Er komt een zogenaamde ‘natte kamer’ met douche en toilet en daarnaast een slaapkamer. Ook zal er een plekje ingeruimd worden voor zijn crossmotor. Die mag voorlopig nog niet weg.

Bron: Yme Gietema, Bolswarder Courant
Foto: Petra Kroon